Van oordelen van anderen naar kiezen voor verbinding met je kind
Onlangs gebeurde er iets in de supermarkt wat zo’n mooi voorbeeld was van wat verbinding kan doen.
Mijn dochter van net drie jaar wilde heel graag een kaasstengel kopen bij de supermarkt. Ik vertelde haar dat die inderdaad heel lekker zijn, maar dat we die vandaag niet gingen kopen. Na het boodschappen doen zouden we gaan lunchen.
Tot zover alles rustig en kalm. Totdat ze doorhad dat ik het meende en we écht geen kaasstengel mee zouden nemen en ze de hele winkel bij elkaar gilde.
Nu vind ik dat vooral heel vervelend voor haar, en zorg ik ervoor dat ik er voor haar ben. Zelfs als contact even onmogelijk lijkt.
Maar de blikken van twee oudere dames … de veroordeling dróóp er werkelijk vanaf. Nu ben ik lang genoeg moeder en sta ik zelf stevig genoeg in mijn schoenen om ze dan even recht in de ogen aan te kijken (waarna ze snel wegkeken…), en me verder op mijn dochter te richten.
Maar hóe fijn is een reactie als een glimlach. Ik ervaar een glimlach als: ik zie je, lastig is dit hè, hou vol, het komt goed, je doet het goed, laat je niet gek maken.
Zullen we met elkaar afspreken dat we die glimlach zijn voor een ander? En daarmee kiezen voor verbinding? Wat een mooi voorbeeld zijn we dan voor onze kinderen.
Want heel toevallig is mijn kleine meisje de allerliefste én beste hulp tijdens het boodschappen doen.
Alleen op dat moment even niet. En dat is helemaal oké.
